Wanneer u uw hoortoestel goed onderhoudt, blijft het optimaal functioneren en gaat het langer mee.
Reiniging
Maak uw hoortoestel iedere dag schoon. Gebruik een zachte doek, tissue of speciaal hoortoestelborsteltje om de buitenkant schoon te vegen. U mag nooit alcohol of schoonmaakmiddelen gebruiken want dan beschadigt u de interne onderdelen en bedrading.
Gebruik regelmatig een ontvochtigingsapparaat om te voorkomen dat er vocht in het hoortoestel komt, want vocht kan de onderdelen van het hoortoestel beschadigen.
Verwijder oorsmeer en ander vuil met een speciale oorsmeerverwijderaar (beugeltje of borsteltje). Nooit spelden of ander scherpe voorwerpen gebruiken om oorsmeer uit het hoortoestel te verwijderen.
Vervang oorstukjes wanneer ze zijn uitgedroogd, gebarsten, hard of verkleurd raken.
Opbergen
Bescherm uw hoortoestel tegen hoge temperaturen (haardroger, dashboard of handschoenenkastje in auto).
Open het klepje van de batterijhouder wanneer het hoortoestel niet wordt gebruikt. Het hoortoestel moet worden opgeborgen op een koele, droge plek.
Onderhoud
Hoortoestellen mogen nooit nat worden. Doe uw hoortoestel uit wanneer u transpireert of gaat zwemmen of douchen.
Gebruik geen haarverzorgingsproducten terwijl u uw hoortoestel in heeft.
Breng uw hoortoestel regelmatig naar uw audicien voor controle en onderhoud.
Zorg ervoor dat u uw hoortoestel niet stoot of laat vallen op een harde ondergrond.
Batterijen
Bewaar batterijen op een droge, veilige plek uit de buurt van kinderen en huisdieren.
Lege batterijen altijd meteen vervangen.
Lege batterijen altijd inleveren als Klein Chemisch Afval (KCA).